ANTI - GRAFFITI DE VRIERESTRAAT
52 - 2000 ANTWERPEN
a division of CVS
bvba BTW : BE
425.633.228 BBL : 320-0263974-10
TEL : 03/248.63.55
HRM : 63.251 FAX : 03/248.65.35
REG Nr : 425.633.228.02.11.10
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
SN – WATERDICHTING
Silaanimpregnering
Art-nr. 0604
![]()
Productbasis:
Geanhydroliseerd silaan (laagmoleculair Alkylalkoxysiloxaan).
Productgegevens vloeistof:
Siloxaangehalte: ca. 7 M-%
Oplosmiddel: Isopropanol vrij van water
Soortelijk gewicht: ca.
0,8 g/cm³
Viscositeit: 51
sec. DIN 2 beker
Vlampunt: >
21°C
Uiterlijk: kleurloze
vloeistof
Geur: Alcohol
Houdbaarheid: min.
1 jaar in gesloten verpakking
Verpakking: 5
en 30 liter bussen
Productgegevens na applicatie en
reactie:
Polysiloxaangehalte: ca. 5,0 M-%
Wateropname: zeer
gering
UV-resistentie: goed
Verweringsstabiliteit: hoog
Waterafstotende
duurzame werking: > 10 jaar
bewezen
Alkaliresistent: tot pH 14
Kleefvrij opdrogen: voldoet
Vervuilingsneiging: gering
Toxiciteit: na
droging fysiologisch onschadelijk
Eigenschappen:
Reactieve, oligomere siloxaanoplossing
voor het waterafstotend impregneren van minerale bouwstoffen. SN
is speciaal ontwikkeld voor het hydrofoberend
impregneren van gevels waarin oplosmiddelgevoelige delen zitten of hierop
aansluiten, bijv. styropoor,
polystyrol, bitumen, bitumen dakbedekking enz. SN heeft een zeer hoge alkalibestendigheid,
d.w.z. dat de te impregneren
ondergrond een pH-waarde van max.14 mag hebben, zonder dat
hierdoor de werking van de impregnering verminderd. Op grond van de laag moleculaire
structuur in aanleveringstoestand bezit
SN een zeer goed
penetratievermogen en reageert het chemisch in de bouwstof bij aanwezigheid van
luchtvochtigheid tot een waterafstotende, UV-licht-
en weerbestendige werkzame stof, het polysiloxaan. De
werkzame stof voorziet de capillaire en de poriën van de behandelde materialen
van een waterafstotende film, zonder dat de waterdampdiffusieweerstand
beïnvloed wordt.
SN reduceert de opname van water en van schadelijke stoffen, aanwezig in regenwater (zure regen), in de regel met meer dan 95%. De aantasting van micro organismen op minerale bouwstofoppervlakken wordt hierdoor verminderd. De vorst-dooizout-bestendigheid wordt verbeterd. Energieverliezen kunnen door vermindering van de warmtegeleiding verminderd worden. De met SN geïmpregneerde bouwstofoppervlakken tonen een wezenlijke geringe hervervuilingsgraad.
Toepassing:
Voor het hydrofoberend impregneren van poreuze,
minerale ondergronden, zoals baksteenmetselwerk, beton, pleisters,
houtvezelcement, kalkzandsteen, gasbeton, enz.
Met name daar, waar sprake is van oplosmiddelgevoelige materialen, welke met het hydrodobeermiddel in contact kunnen komen, zoals
isolatiematerialen (bijv. styropoor alsook bitumen).
Dit wordt door SN
niet opgelost of aangetast.
Ondergrondvoorbehandeling:
De ondergrond moet in een optimale conditie verkeren. Schade, zoals bijv. scheurvorming, slechte aansluiting of voegen, opstijgende en
hygroscopische vochtigheid moeten vooraf verholpen worden. Men moet er absoluut
zeker van zijn, dat water en daarin opgeloste schadelijke stoffen niet achter
de gehydrofobeerde zone kunnen komen, daar dit tot
vorstschade, afspringen van het oppervlak alsook tot inwendige
zoutkristallisatie (kristallisatiedruk) leiden kan. Voordat de hydrofoberende impregnering kan worden aangebracht, dienen
vervuilingen, uitbloeiingen, algen en mos middels de daartoe geëigende reinigingsmethode verwijderd te
worden. Hierdoor worden de poriën en capillaire
geopend, zodat het hydrofobeermiddel
voldoende kan worden opgenomen. Afhankelijk van de ondergrond, vervuiling alsmede vervuilingsgraad adviseren wij het oppervlak vooraf
degelijk te reinigen
Bij verwerking van reinigingsproducten het betreffende
technisch merkbad raadplegen. Men dient er bij het reinigen op te letten, dat
de ondergrond zo min mogelijk wordt aangetast en/of beschadigd. Achtergebleven
restanten van reinigingsmiddelen (bijv. Tenside,
zeep) kunnen de hydrofoberende
werking nadelig beïnvloeden en dienen dus absoluut goed afgespoeld te worden.
Slechte voegen en scheurvorming zorgvuldig uitkrabben en met een kant en klare
mortel, bijv. Aisit Voegenmortel, repareren. Dilatatie- en aansluitvoegen met een elastische voegkit
vullen. Dichte, niet zuigende ondergronden, zoals bijv. marmer
en gepolitoerde steenoppervlakken zoals natuursteen,
zijn niet geschikt om te hydrofoberen met SN.
Ondergrondgesteldheid
Voor een optimale impregneerwerking is de impregneermiddelopname
zeer belangrijk. Dit is dan mede afhankelijk van het poriënvolume van de
bouwstof en het vochtgehalte. Daarom moet de ondergrond zo droog mogelijk zijn.
Indien bouwschadelijke stoffen aanwezig zijn, is een kwantitatieve zoutanalyse
van deze zouten noodzakelijk. Hoge schadelijke zoutconcentraties (Chloriden,
Nitraten en Sulfaten) kunnen tot grote schade leiden, welke met een hydrofoberende impregnering niet tegen gegaan worden.
Aangrenzende oppervlakken
Delen van de gevels, die niet met het hydrofobeermiddel
in aanraking mogen komen, zoals bijv. kozijnen,
gelakte en nog te lakken delen alsook glas, moeten evenals planten afgedekt en
beschermd worden.
Verwerking:
Het hydrofobeermiddel d.m.v.
lagedruk vloeien volledig verzadigend opbrengen, zodat de vloeistoffilm, van
30-50 cm breedte over het oppervlak loopt. Daarbij er op letten, dat de
sproeikop horizontaal zonder aanzetten langs de gevel geleid wordt.
Nadat de vloeistof in de gevels is opgenomen wordt de
behandeling één of meerdere malen herhaald.
De druk alsook diameter van de sproeikop dusdanig
afstemmen, dat geen verneveling optreedt. Om er zeker van te zijn, dat alles
goed behandeld wordt, dienen afgebakende gevelvlakken zonder onderbreking
volledig geïmpregneerd te worden.
Kleine gecompliceerde vlakken, welke d.m.v. lagedruk
vloeien niet behandeld kunnen worden, mogen eventueel met kwast of rol
behandeld worden. Dit kan alleen indien de kwast of rol regelmatig in de
impregneervloeistof gedoopt wordt opdat voldoende materiaal wordt opgebracht.
De pas geïmpregneerde oppervlakken moeten minimaal 5 uur tegen regeninwerking
beschermd worden, een harde wind alsmede hoge
temperaturen kunnen er toe leiden dat het oplosmiddel te snel verdampt wat ten
koste gaat van de indringdiepte. Dichte, minder poreuze ondergronden moeten
binnen een uur nagewassen worden met alcohol of bijv. spiritus
(geen terpentine of gelijksoortige materialen). Dit is nodig om het overschot
aan werkzame stof, wat kan leiden tot verkleuring of filmvorming, te vermijden.
Bij de verwerking en droging van het impregneermiddel kunnen er oplosmiddeldampen in de gebouwen ontstaan, vooral bij lage temperaturen en weinig wind. Daarom dienen tijdens de verwerking de ramen en deuren met polyethyleenfolie afgedekt te worden. Na de impregnering de ruimten ontluchten.
Verwerkingstemperatuur
Een hydrofoberende impregnering
is bij alle in de praktijk voorkomende temperaturen mogelijk. Voorkeur
verdient echter een temperatuur tussen de +10° en +25°C. Gedurende hete perioden de te behandelen
ondergrond tegen directe zoninwerking beschermen, bijv. door
dekkleden. Bij temperaturen beneden +10°C verdampt het oplosmiddel langzaam, waardoor
vorming van de werkzame
stof vertraagd wordt.
Gereedschap:
Voor het aanbrengen van hydrofoberende
impregneermiddelen zijn alle oplosmiddelbestendige
lagedrukspuiten geschikt. Het gereedschap moet droog en
schoon zijn. Na gebruik en tijdens langdurige werkonderbreking de pomp met V101
of spiritus goed reinigen en doorspoelen.
Materiaalverbruik/indiciatie:
Kalkzandsteen glad: min.
0,5 l/m²
Kalkzandsteen gebroken: min.
0,7 l/m²
Asbestcement: min. 0,3 l/m²
Beton: min.
0,5 l/m²
Baksteenmetselwerk: min.
0,8 l/m²
Zandcementpleisterlagen: min.
0,5 l/m²
Isolatiepleister: min.
0,6 l/m²
Gasbeton: min.
1,0 l/m²
Voor een exacte calculatie voor voorschriften en
bestekken is het voldoende om 2 m² te behandelen om daarvan de hoeveelheid
vloeistof vast te stellen. Aan dit proefvlak kan bovendien de werking gecontroleerd
worden.
Testen van de werking:
Het functioneren van een impregneermiddel kan op
eenvoudige wijze met het testbuisje van Prof. Karsten
getest worden. Het testen kan op z’n vroegst 14 dagen
na het opbrengen van het impregneermiddel uitgevoerd worden. De gegevens,
welke in een verslag worden vastgelegd, vergelijken met de meetresultaten van
de wand, voordat deze gehydrofobeerd werd.
Veiligheidsvoorschriften:
Gevarenteken: F (vlam)
Bevat Isopropanol.
R 11: Licht
ontvlambaar
R 36/38: Irriterend
voor de ogen en de huid
S 16: Verwijderd
houden van ontstekingsbronnen - Niet roken.
S 26: Bij
aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water
afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen
S 51: Uitsluitend
op goed geventileerde plaatsen gebruiken.
Afval:
Afvalcodenummer conform TA-Afval
55 370. Productrestanten en volledig lege verpakkingen kunnen volgens de
plaatselijke voorschriften afgevoerd worden.
Ecologie:
Niet in oppervlakte- en
grondwater lozen. WGK = 1.
Transportgegevens:
VbF: B
GefStoffV: Kentekenplichtig
GGVS: Klasse 3, cijfer 3b
Bevat: Isopropanol
Un-nr: 30/1993
Bovenstaande gegevens zijn aan de hand van de nieuwste
ontwikkelingen en verwerkingstechnieken
samengesteld. Daar de toepassing en verwerking buiten onze invloed liggen, kan aan dit technisch merkblad geen rechten worden ontleend.